| Team Rocket heeft voor de zoveelste keer geprobeerd
Pikachu van Ash te stelen. Dit keer was hun plan
eigenlijk best goed: James en Meowth moesten Ash, Misty
en Brock afleiden door te doen alsof ze Togepi wilden
stelen. Ondertussen zou Jesse met een rubberen kooi
Pikachu proberen te vangen. Waar het trio alleen niet
aan dacht, was dat Ash natuurlijk Pikachu in zou zetten
om James en Meowth weg te jagen. Bovendien had Brock al
meteen door dat Jesse er niet bij was, dus waren ze al
helemaal op haar voorbereid. Met een donderschok van
Pikachu hielden Jesse, James en Meowth het weer voor
gezien.
"Bah, zuchtte James, dit is nou al de
tweeëntachtigste keer dat we van die vervelende Pikachu
verloren hebben!" "Dat meen je niet, schreeuwde
Jesse verontwaardigd uit, je gaat me toch niet vertellen
dat je dat echt bijhoudt?!" "Nou, in principe hou ik
niet bij hoe vaak we verloren hebben, maar hoe vaak ik
een brief aan de baas moest schrijven dat we weer geen
pokemon gevangen hebben." "Wauw, riep Meowth,
tweeëntachtig! Zelfs ik had niet verwacht dat we ZO
vaak verloren hebben!" Die opmerking kon Jesse niet
waarderen. "Hou je bek Meowth! Daar is dus echt
helemaal niks grappigs aan!" Na een klap van Jesse
gekregen te hebben, verdween de grijns op het gezicht
van de katpokemon dan ook al gauw. "Hmmmm, reageerde
hij, maar je hebt wel gelijk. We moeten echt heel gauw
Pikachu stelen, anders ontslaat de baas ons nog!" "Dat
vraag ik me af, zei Jesse, de baas ontslaat niet erg
gauw iemand, ik heb het in ieder geval nog nooit
gehoord." "Bedoel je dat we ons geen zorgen hoeven
te maken? " "Eh, ik geloof dat je me niet helemaal
begrepen hebt. Dit zeg ik niet erg graag, maar, de baas
heeft zo zijn eigen methoden om van infiltranten en
onbruikbare werknemers af te komen..." Bij deze
woorden werden James en Meowth bleek. "M.maar, rilde
Meowth, je bedoelt toch niet dat hij ons zou laten..."
"Ik wil in ieder geval niks uitsluiten. Daarom moeten
we Pikachu ook zo snel mogelijk vangen!" "Mi...misschien
moeten we iets nieuws proberen," stelde James voor.
"Zo, vroeg Jesse, en wat dan wel als ik het vragen
mag? Heb je een nieuw plan om Pikachu te vangen?"
"Kijk, was het antwoord, dat bedoel ik nou. We denken
er altijd alleen maar aan die Pikachu te vangen, maar
het is ons tot nu toe nog nooit gelukt. We hebben het
tweeëntachtig keer geprobeerd en tweeëntachtig keer
verloren. Misschien wordt het tijd dat we inzien dat het
gewoon niet gaat...Die...die Pikachu is gewoon te sterk
voor ons. Daarom denk ik dat we misschien iets anders
moeten zoeken. Onze opdracht luidt niet specifiek die
Pikachu te vangen, hij luidt dat we zeldzame en sterke
pokemon voor de baas moeten stelen." "Maar het gaat
hierbij om onze eer, James! riep Jesse verontwaardigd
uit, als we opgeven, dan, dan geven we toe dat we
verliezers zijn!" "Misschien, antwoordde James,
maar...Als we Pikachu blijven proberen te vangen, zullen
we een verdere tweeëntachtig keer verliezen, en, en het
kan zijn, dat er dan nog veel meer te verliezen
valt..."
"Hmm, kwam Meowth ertussen, tja, ik denk dat dat
klopt. Maar waar vinden we een pokemon die het waard is
om te stelen? Ik heb geen zin om vandaag nog erg ver te
lopen." "Ik ook niet, gaf James toe, maar het is ook
al laat. Kom, dan gaan zoeken we een hotel op." "Wat
zijn jullie voor een stelletje watjes, mopperde Jesse,
het is 3 uur in de middag en jullie noemen het al laat!
Maar goed, ik heb ook niet erg veel zin meer om vandaag
nog iets te doen wat veel moeite kost, dus laten we onze
tent maar opzetten." "Maar, protesteerde James, we
zouden toch naar een hotel toe gaan?" "Ja, en wie
betaalt dat dan, hè?" "Nou, eh, we kunnen het van
de Team Rocket rekening af laten schrijven!" Dit werd
Jesse werkelijk te veel. Zonder te aarzelen gaf ze James
een flinke mep midden in zijn gezicht. "AU!"
"IDIOOT die je bent, snauwde ze fel, als je wilt dat
de baas ons nog sneller zat is, moet je vooral zo
doorgaan! En zet even die verdomde tent even op, wil
je?!" "Ja, ja, al goed, zuchtte James, maar waarom
moet ik eigenlijk altijd de tent opzetten? Laat ook maar
zitten, ik doe het al."
Toen de tent een kwartiertje later stond waar hij moest staan, bedacht Meowth
dat ze niet ver van Viridian City af waren. "Zeg, jongens, merkte hij op, we
zitten nu toch maar een paar kilometer van Viridian af? Voor zover ik weet woont
daar toch die ene beroemde pokemontrainer, die we laatst op televisie hebben
gezien?" "Ja, antwoordde Jesse, daar kan ik me ook nog aan herinneren, hij
was vorig jaar toch tweede geworden bij de indigo league? Wat? Wou je zijn
pokemon gaan stelen?" Meowth knikte. "Ja, dat was wel de bedoeling!"
"Welke pokemon had die trainer dan, viel James hen in de rede, ik ben het
namelijk vergeten." "Vergeten?! vroeg Jesse, dat programma was eergisteren
nog op TV! Nou ja, voor zover ik weet had hij een Nidoqueen, Poliwrath,
Arcanine, Raichu, en...en.." "En natuurlijk die Kadabra!" voegde Meowth
eraan toe. "Ja, precies. Dat wilde ik ook net zeggen. Kortom, het zijn
zeldzame sterke pokemon waarmee we bij de baas een wit voetje kunnen halen. We
moeten wel nog een plan verzinnen hoe we het doen en dan jatten we morgen die
pokemon!"
James en Meowth stemden in en ze verbrachten de rest van de namiddag ermee
een plan te verzinnen hoe ze het beste in konden breken. Het moest 's nachts
gebeuren, terwijl de pokemon slapen, want dan zou het verrassingseffect groter
zijn. Bovendien zouden de pokemon dan ook niet meer de kans krijgen te
ontsnappen. Met behulp van een oude plattegrond bepaalden ze waar de beste plek
zou zijn om met Arbok's zuur een gat in de muur te smelten. Toen het al avond
was, kreeg het trio een onverwacht telefoontje van de baas. "Het wordt tijd
dat jullie eens iets nuttigs doen. Jullie bevinden je momenteel toch in de buurt
van Viridian City?" "Eh, ja, ja natuurlijk baas," antwoordde Jesse.
"Mooi. Het pokeball onderzoekscentrum van Viridian heeft onlangs een nieuwe
soort ultraball uitgevonden, die nog efficiënter pokemon vangt. Ik wil dat
jullie daar inbreken en die ultraball samen met de geheime constructieplannen
ervan stelen. En waag het niet om me nogmaals teleur te stellen. Dat zou jullie
niet erg gunstig bekomen! Hebben jullie me begrepen? "Eh, ja, ja natuurlijk
baas." "Dan zal ik jullie nu de plattegrond ervan toezenden. Giovanni
einde." Alledrie de Rockets gaven een zucht van opluchting toen er opgehangen
werd. Even later kwam een klein velletje papier uit de draagbare printer die ze
bij zich hadden. "Goed Meowth, begon Jesse, tot zover je plan om de pokemon
van die trainer te stelen." "Ja, kon ik het weten dat de baas ons zomaar op
een nieuwe missie zou sturen?!" "Uhm, kwam James ertussen, ik wil jullie
niet onderbreken, maar ik denk dat we beter zo snel mogelijk die plattegrond
moeten bekijken en een nieuw plan moeten verzinnen om daar binnen te komen."
"Goed, zuchtte Jesse, pak je die plattegrond er dan even bij?" "Hier is
hij." "Hmmm...Het gebouw lijkt behoorlijk veel op dat van die trainer.
Sterker nog, ze lijken bijna identiek. Misschien staan die gebouwen naast elkaar
ofzo? Als ik het zo zie..." "Kunnen we het plan dat we vanmiddag voor die
pokemondiefstal bedacht hebben, net zo goed op dit onderzoekscentrum
toepassen!"onderbrak Meowth haar. "Gelukkig, zei Jesse, ik had echt geen zin
om een nieuw plan te verzinnen. Ik denk dat we het beste morgenvroeg meteen naar
Viridian toegaan."
Zo gezegd, zo gedaan. De volgende ochtend liep het trio richting de grote
stad. Het bospaadje waar ze overheen liepen was behoorlijk saai. Links en rechts
alleen maar lange rijen met bomen en her en der wat Pidgey en Caterpie. Niet
bepaald zeldzame pokemon. "Oh, ik heb zo'n honger, kreunde James, waarom
kunnen we niet eerst iets gaan eten?" "Omdat jij meestal als je gegeten hebt
meteen een paar uur gaat liggen maffen, antwoordde Jesse, daarom! Bovendien
hebben we nauwelijks nog iets te eten bij. Als we in Viridian zijn mogen we niet
vergeten een paar boodschappen bij de supermarkt te jatten." Toen het groepje
in Viridian City aankwam, het was al middag. Nadat ze toch maar wat te eten
gejat hadden en klaar waren met het verorberen ervan, liepen ze naar het
onderzoekscentrum. "Hé, Jesse, merkte James op, dit gebouw ziet er heel
anders uit als op de plattegrond! Is dit echt dat onderzoekscentrum waar ze die
ultraball hebben ontdekt?" "Ja, natuurlijk, antwoordde Jesse, het staat daar
toch met koeienletters op de voorgevel?! Dat heb je wel vaker met die
plattegronden, de buitenkant van een gebouw klopt bijna nooit. Maar daar gaat
het niet om, de gangen zullen precies zoals op de kaart zijn." "Kijk, riep
Meowth, daar staan de openingstijden! Het sluit vanavond om 18:00 uur. Als we
nou om 23:00 uur naar binnen sluipen weet ik zeker dat er niemand meer aanwezig
zal zijn!" "Goed, stemde Jesse in, dan komen we vanavond terug!" "Ho!"
riep James ineens. Jesse draaide zich om, om te zien wat er met haar
Rocketmaatje aan de hand was. "Wat is er nu weer?"vroeg Meowth.
James keek een beetje verbouwereerd. "Er vloog plotseling een krant tegen mijn
gezicht aan. Iemand moet hem weggegooid hebben." Terwijl hij probeerde de
krant een beetje ordelijk probeerde dicht te vouwen, wat natuurlijk niet lukte
aangezien kranten de grootste ondingen van deze planeet waren, viel hem iets op.
"Hé, kijk! Het is de krant van vandaag! En er staat zelfs een artikel over
Team Rocket op de voorpagina!" "Ja? Laat mij eens kijken, drong Meowth aan,
ik wil ook even lezen wat er staat!" Snel griste de kleine kat de krant uit
James' handen. 'Politie start hardere aanpak van Team Rocket', las hij
voor, hmm, we moeten in het vervolg schijnbaar nog meer op onze hoede zijn."
"Laat zien, vroeg Jesse nu ook, hè bah, er staat niet eens een foto van ons
bij, alleen maar een paar smerissen die twee van onze collega's oppakken. Kom,
we gaan wat leuks doen. Even de winkeltjes van Viridian in om te 'shoppen',
bijvoorbeeld." "Oh, nee, zuchtte James, dan weet ik al waar we de rest van
de middag mee bezig zijn."
Die avond slopen Jesse, James en Meowth naar de achterzijde van het gebouw.
"Zeg Jesse, begon James, ik weet het niet, maar...Ik heb op de een of andere
manier een slecht gevoel bij deze zaak. Alsof er iets niet klopt..." "Hou je
kop, fluisterde Meowth geïrriteerd, of wilde je soms dat de politie ons
hoort?!" Ondertussen liet Jesse Arbok uit zijn pokeball. "Arbok, fluisterde
ze, smelt een gat in deze muur met je zuur, maar doe het wel heel zachtjes!"
"Shhhar~bok!" Toen het groepje binnen was liepen bevonden ze zich en een
grote gang. Op de grond lag tapijt dat blauw weerkaatste in het licht van de
maan. Het was betrekkelijk donker en de enige reden waarom ze niet continu over
elkaar heen struikelden was omdat Meowth voor de veiligheid een zaklampje had
meegenomen. "Het zou veel sneller en makkelijker gaan als we zouden weten waar
die ultraball ligt, merkte Meowth op, volgens mij klopt er iets niet. Op de
kaart staat dat er hier een T-splitsing zou moeten zijn, maar er is alleen een
bocht naar links. Laten we die nemen." Nadat het trio een paar gangen door was
gegaan, bleef Jesse opeens stilstaan. "Wat is er, Jesse?" vroeg James.
"Geef die kaart eens hier. Juist ja, dat vermoedde ik al. We hebben de foute
kaart meegenomen. Dit is niet de plattegrond van dit pokeballonderzoekscentrum,
dit is die van die trainer waarvan we de pokemon wilden stelen. Ik geloof dat we
aardig in de nesten zitten." "Oh, oh nee, schrok James paniekerig, wat...wat
moeten we doen? Wat moeten we doen? D-dit gebouw is heel erg groot en, en we
weten de weg niet. We...we moeten terug, terug, terug!" "Kalmeer nou een
beetje, reageerde Jesse die zelf zo goed mogelijk probeerde haar paniek te
onderdrukken, denk eens na James! Wat zou de baas ervan vinden als we het nu
alweer verknoeiden? Bovendien kunnen we niet eens meer terug, want ik denk niet
dat een van ons nog de weg naar de uitgang weet! Laten we nou maar eerst
bedenken waar die ultraball zou kunnen liggen." "Misschien achter die deur
daar, bedacht Meowth, kom." Na een korte zucht legde Jesse haar hand op de
deurklink en haalde hem over. "Hij is niet op slot." Met een lichte kraak
opende ze de deur... "AAAAH! Er komt iets harigs op ons af! "gilde Jesse.
"Wat is dat?" huiverde Meowth geschrokken. Jesse en James waren echter
allang de hoek om weggerend. Toen Meowth een tweede keer naar het harige ding
keek begon hij te lachen en slaakte een zucht van opluchting. "Hahaha, kom
maar weer jongens, jullie harige monster is een oude bezem. Dit hier is de
bezemkast!" Nog een beetje trillend van de schrik kwamen Jesse en James weer
terug. "Dat is niet grappig, fluisterde Jesse, bovendien ben jij ook
geschrokken hoor!" Het trio liep verder. Opeens klonk er een vreemd geluid uit
de verte: "tatutatuTATUTATU" "James, schrok Jesse, w-wat is dat?"
"TATUTATUTATUTATU" "I-ik weet het niet, maar het komt steeds
dichterbij!" "Oh nee, schreeuwde Meowth, rennen jongens, het is de sirene
van een politiewagen!" "Wacht, stopte Jesse hem, als we zomaar rond rennen
zullen ze ons zeker oppakken, we moeten ons ergens verstoppen!" "We kennen
de weg hier toch helemaal niet, merkte James op, hoe weten we ooit nog op tijd
waar een goede verstopplaats is?" "Maar natuurlijk, bedacht Meowth, die
bezemkast! Daar zoeken ze ons vast niet. Ze zullen denken dat we allang weer weg
zijn en dan..." "We hebben geen tijd voor dat gezwets, haastte Jesse,
kom!" Ze sleurde Meowth aan zijn staart mee en rende met James naar de oude
bezemkast. Het was een krap, stoffig kamertje waar ze met een beetje proppen
maar net met zijn drieën in pasten, bovendien hingen er overal spinnenwebben.
"Ah, bah, wat is het hier smerig, kreunde Jesse, volgens mij is deze muffige
kast de afgelopen tien jaar niet meer schoongemaakt!" "AU, kreunde James, je
staat op mijn voet!" "Hou je bek James, anders horen ze ons nog! Hmmm, ik
hoor voetstappen, ze komen deze kant op..." "Goed zo Growlithe, jij vind ze
wel!" klonk er een meter of tien van de bezemkast vandaan. "Oh nee, ze
hebben een Growlithe, schrok Meowth, met zo'n speurhond maken we geen kans!"
Terwijl Jesse angstig door het sleutelgat naar de schaduw die steeds dichterbij
kwam keek, leunde James zo ver mogelijk naar achteren. Met zijn elleboog stootte
hij tegen een van de planken aan en er klikte iets. Plotseling schoven een paar
planken naar beneden, waardoor er een gat in de achterkant van de bezemkast
kwam. James viel er achterover doorheen. "James, vroeg Jesse angstig, wat is
er? Waar ben je?" Toen zagen zij en Meowth het gat. "Oh, e-een gat,
fluisterde Meowth, hoe komt dat daar?" "Stop met die stomme vragen Meowth,
kom, dit is onze enige uitweg!" Snel kropen Jesse en Meowth door het gat en
vielen bovenop James. "Owww, kreunde hij, moesten jullie echt zonodig bovenop
mij springen?" "KRRRR" klonk er. De planken van de bezemkast schoven weer
keurig op hun plaats terug. Toen hoorde het trio hoe, aan de andere kant van de
plankenmuur, de deur van de bezemkast werd geopend. Even scheen er een kort
lichtstraaltje door een gleuf tussen de planken op hen. "Nee, hoor, Growlithe,
hier is niemand, kijk zelf maar. Je moet je vergist hebben!" Het licht
verdween weer en met wat gekraak ging de bezemkast weer dicht."Pfoe, zuchtte
Meowth, dat scheelde maar een haartje. Wat een geluk dat je door die planken
gevallen bent, James!" "Dat gebeurde anders niet zomaar, antwoordde hij,
kijk, de planken zijn bijna vanzelf opzij geschoven en nu zijn ze weer
teruggegaan." "Dan moet dit een geheime gang zijn, stelde Jesse vast,
Meowth, heb jij je zaklampje nog? Ik zie hier nauwelijks wat. Het enige licht
komt van de muren af." Meowth knipte het kleine lichtje van de zaklamp aan.
"Ja, dat is beter. Zeg James, wat is er, je kijkt zo bezorgd?" "Nou,
antwoordde hij, weet je nog, toen we aan de pokemon technische hogeschool zaten?
Die ene les dat jij een strijker in de klas liet afgaan?" "Ja, natuurlijk,
hoe zou ik dat ooit kunnen vergeten? Ik heb een leraar nooit ZO kwaad gezien als
toen. Het leek wel of hij, en niet die strijker ontplofte! Hoezo?" "Nou, jij
was toen allang bij de conrector om je te melden, maar ik had toen nog een
uurtje geschiedenis. Ik kan me geen enkele geschiedenisles meer herinneren, maar
die ene wel, omdat hij zo boeiend was. Het ging over de geschiedenis van
Viridian City. Op de plek, waar nu dit onderzoekscentrum staat, stond er vroeger
een grote tempel. Naar de verhalen woonden er in die tempel zowel mensen als
pokemon. Ze geloofden in vreemde goden, welke weet ik niet meer precies, maar
naar de oude geschriften woonde er in het hart van die tempel een afgezant van
de goden, zijn naam was Dewgong. Op een dag moest Dewgong voor een belangrijke
missie naar een ver en gevaarlijk land. Hij beloofde zijn volgelingen binnen 6
maanden weer terug te zijn. Na een jaar was Dewgong nog niet teruggekeerd en de
mensen en pokemon verloren hun geloof aan hem. Ze verlieten de tempel en kwamen
nooit meer terug. Niet lang daarna kwam de heilige Dewgong toch terug. De enige
reden waarom hij ooit vertrokken was, was om te zien hoe loyaal en hoeveel
vertrouwen zijn volgelingen in hem hadden. Dewgong was razend en hij liet de
tempel voor altijd onder de grond verbannen. Wat daarna met hem en zijn
volgelingen gebeurde is tot op heden onbekend."
Jesse was verbaasd over James' geschiedeniskennis. "Wauw, bewonderde ze,
ik wist niet dat je ooit een keer had opgelet op school!" James glimlachte
even. "Maak je geen zorgen, dit was de enige keer hoor, maar het komt ons nu
misschien nog van pas." Meowth schrok. "J-je bedoeld toch niet dat dit
misschien een van de gangen van die oude tempel is, hè?" "Misschien wel, ik
kan me de rest van het verhaal nog nauwelijks herinneren, maar ik geloof dat die
vent toen ook nog iets vertelde dat de tempel licht gaf en de gangen zo koud als
de ijsstraal van Dewgong waren." "Dat zou in ieder geval verklaren waarom de
muren hier een beetje opgloeien en het een paar graden kouder is," stemde
Jesse toe. "Dan kunnen we het beste deze gang maar volgen, vond Meowth, ik heb
geen zin om hier nog lang te blijven en aangezien we niet meer terug kunnen is
dit hier onze enige uitweg." Het trio liep verder de gangen door, soms kwamen
ze langs kruisingen en gingen ze een bocht om, maar ze merkten al gauw dat hoe
verder ze door het labyrintachtige gebouw liepen, hoe dieper ze erin kwamen en
hoe kouder het werd. "Jij ook altijd met je prachtige ideeën Meowth, mopperde
Jesse, we hadden beter op die ene plek kunnen wachten tot de politie weg was en
dan een gat door die planken gemaakt. Maar nee hoor, ik moest weer zonodig naar
Meowth luisteren en zie daar, we zijn verdwaald." "Lekker hoor, nou is het
zeker weer mijn schuld? Jullie dachten toch ook dat we er goed aan deden deze
gangen te volgen?!" "Kom op jongens, kwam James ertussen, ik ben bang dat we
wel wat belangrijkere dingen aan ons hoofd hebben. Is het jullie niet ook
opgevallen dat er de afgelopen honderd meter allemaal inschriften en tekens in
de muren gegraveerd zijn?" "Nu je het zegt, begon Jesse, ik vraag me af wat
ze betekenen. Ik ken die taal niet. En de tekens begrijp ik ook niet. Het is me
trouwens wel opgevallen dat het steeds kouder is geworden. Bovendien lichten de
muren ook steeds meer op. Dus dat betekend..." "..dat dit die oude tempel
is, vulde Meowth haar aan, jongens, dit IS die tempel. Dat freaky verhaaltje van
James klopt dus toch!"
"Ik bedenk me opeens..., begon James, dat er nog iets was met deze
tempel..." "Wat dan?" "Ik weet het niet meer. Maar het was belangrijk.
Het had iets met de kracht van het bestaan te doen, van het leven. Maar ik
geloof dat ook onze leraar het niet helemaal wist." "De kracht van het
bestaan? fluisterde Jesse, maar...James, ik ben bang. Ik vind die verhalen
vreemd. Ik vind deze plek hier vreemd. I-ik wil hier weg, James. Alsjeblieft."
Ze hield zich stevig aan zijn arm vast terwijl ze verder liepen. Meowth bevond
zich vlak voor hen. Plotseling struikelde hij. "Meowth?" vroeg James. "Ik
ben in orde" rilde hij angstig. "Hmm, wees maar niet bang Meowth, wij zijn
vlakbij jou." James begreep dat ze zich misschien in een behoorlijk
gevaarlijke situatie bevonden, maar op de een of andere manier was hij niet echt
bang. 'En dat terwijl juist ik meestal het snelste van iets schrik,' dacht
hij bij zichzelf. De gang leek steeds smaller te worden, terwijl het steeds
kouder werd. Bovendien begonnen de muren hoe verder ze kwamen, steeds meer licht
te geven. Op een gegeven moment moest het trio zelfs achter elkaar gaan lopen.
Meowth deed de zaklamp uit. "D-de muren geven nu zoveel licht dat we deze even
niet nodig hebben, bibberde hij, misschien dat hij later nog van pas komt en dan
zijn we blij, als de batterijen nog niet op zijn." "AU!" "Wat is er
Jesse? Vroeg James. "Ik stootte me aan dit ding hier." Ze wees naar een
hendelachtige staaf die uit de muur stak. Ook hier stonden vreemde tekens bij.
Plotseling begon de grond te beven. "Oh, James, snikte Jesse, wat is dat? Ik
krijg hier nog een zenuwinstorting." Ze klampte zich stevig aan haar vriend
vast. De grond begon nog harder te beven en het trio kon nauwelijks nog hun
evenwicht bewaren. De muren leken steeds dichterbij te komen en het was alsof de
zwaartekracht van plaats veranderde. Langzaam werden James, Jesse en Meowth
tegen de linkermuur aangetrokken. "AAAAH!" schreeuwde Meowth angstig. Jesse
kon niks zeggen. Ze wilde schreeuwen, ze wilde rennen, maar het lukte niet. Het
leek alsof ze niet kon bewegen, of hoogstens vertraagd. Ze voelde zich duizelig,
alsof ze droomde, maar ze wist dat dat niet kon. Ze wist dat het allemaal echt
was. Hoe graag Jesse nu ook wakker wilde worden om de wekker kapot te slaan, het
was onmogelijk. James verloor zijn evenwicht en viel tegen de linkermuur aan.
Hij probeerde zich aan een van de stenen in de muur nog vast te houden, terwijl
de andere muren steeds dichterbij kwamen. Opeens verschoof de steen waaraan
James zich vastgeklampt had en vielen hij, Jesse en Meowth naar achteren. Toen
werd alles zwart voor hun ogen.
"Jesse, vroeg een vertrouwde stem, Jesse! Wordt wakker! Gaat het weer een
beetje?" "Eh, eh, ja, zuchtte Jesse terwijl ze zich realiseerde dat die
vertouwde stem van James was, wat is het hier koud zeg! Maar, waar is Meowth?"
"Ik ben hier, je hoeft je geen zorgen te maken." "Wie zegt dat ik me ooit
zorgen zou kunnen maken om zo'n lastige haarbal als jou? Waar zijn we
eigenlijk en wat is er net gebeurd?" "Dat weten we niet, zei James, maar ik
heb hier ook nog niet echt rondgekeken. Het lijkt erop alsof we in een grote
zaal zitten, of zoiets." "Wauw! Moet je dat daar zien, schreeuwde Meowth
ineens, een standbeeld!" Nu zagen Jesse en James het ook, op ongeveer twintig
meter afstand stond een reusachtig standbeeld van een sierlijke Dewgong. "Dat
is vast een standbeeld ter ere van Dewgong, vermoedde James, dat lang geleden
gemaakt is om die zeehond te vereren." "Dus zo zag die eruit, zei Jesse, hij
ziet er niet uit als een reguliere Dewgong. Moet je al die vreemde tekens op
zijn lijf en die reusachtige staart van hem zien!" Nieuwsgierig liep het trio
naar het beeld toe. "Dat.dat, stotterde Jesse, dat standbeeld is van ijs."
"Wauw, riep James, dan moet het hier onder de nul graden zijn." Na die
woorden gezegd te hebben begon hij weer te rillen. Meowth keek de kamer rond.
"Zeg jongens, fluisterde hij, ik zie nergens een uitgang!" Ook zijn 2
metgezellen zagen in de hele kamer niks anders dan dat grote standbeeld van
Articuno, het was beangstigend. "We...we zullen bevriezen!" schreeuwde Jesse
paniekerig. James suste haar gauw. "Maak je nou maar geen zorgen, we vinden
wel een weg om hier uit te komen! Misschien is er nog wel iets bijzonders met
dit Dewgong-beeld."
Voorzichtig liep James op het beeld toe. Hij voelde zich vreemd, alsof hij niet
meer compleet in de realiteit was. Plotseling voelde hij de dringende behoefte
het beeld aan te raken. Hij kon het zich niet verklaren maar ging toch recht
ervoor staan. Eerst legde hij zijn linkerhand ertegenaan, daarna zijn rechter.
En plotseling begon het ijs van het beeld te kraken. "Krrrrrr.KRRRRRR"
James ontwaakte uit zijn trance en zette geschrokken een paar passen achteruit.
Jesse en Meowth stonden vlak achter hem.
"Het beeld, stamelde Jesse, het beeld gaat breken! Wat heb je gedaan, James?
Wat gebeurd er in vredesnaam!" James kon geen antwoord geven. Hij kon alleen
maar met open mond naar het beeld waar inmiddels steeds meer scheuren in
ontstonden kijken. Plotseling barste het hele beeld open. IJsscherven vlogen in
het rond. Snel doken James, Jesse en meowth op de grond om zo min mogelijk
geraakt te worden.
Nadat het weer stil was keek het trio op om te zien wat er gebeurd was. Ze
konden hun ogen bijna niet geloven. Voor hen stond een gigantische Dewgong.
Zeker vijf maal zo groot als een normale. Zijn vacht had een witte gloed over
zich en zijn staart was sierlijk, in de vorm van een waaier. Op zijn hoofd droeg
hij een grote witte hoorn en zijn blik was fier. In alle rust keek hij vanaf het
voetstuk waar eerst het ijzen beeld stond naar beneden.
Uiteindelijk was het James, die als eerste wat durfde te zeggen. "Dit is
hem.dit is die Dewgong. We hebben hem vast in zijn rust gestoord! Al die
eeuwen zat hij waarschijnlijk in dat ijs verborgen. Niemand die iets van zijn
bestaan afwist."
Voor James uit kon praten sprong de Dewgong op de grond. Rustig liep hij op
het groepje af. Maar hij keek niet kwaad, integendeel, het was alsof hij
glimlachte. "Neen, zei hij, jullie hebben mij niet verstoord. Jullie hebben me
juist bevrijd. Bevrijd van een eeuwig lijkende stilte." Zowel Jesse als ook
James waren verbaasd de ijspokemon te horen praten, maar ze zeiden niets.
"Maar misschien is het jullie duidelijker als ik alles even uitleg. Lang
geleden stond deze tempel nog boven de grond. Mensen kwamen van heinde ver om
mij te zien en rust te vinden. Ik heerste, jazeker en waarschijnlijk was dat
fout, maar ik heerste rechtvaardig. Duizenden mensen geloofden in mij, maar dat
was me niet genoeg. Ik wilde weten hoe loyaal ze waren. Ik was bezeten van
honger naar macht, bezeten van het idee een God te kunnen zijn. Bezeten van iets
wat niet waar was. Maar goed, ik testte mijn volgelingen dus hoe loyaal ze
waren door weg te gaan. En toen ik terug kwam, waren ze weg. Ze hadden me
opgegeven.
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo woest ben geweest als toen. Het hele
gebied rondom de tempel liet ik bevriezen en de tempel zelf verbande ik onder de
grond. Ikzelf bleef daar dan ook. Diep in mijn hart voelde ik een pijn.een
knagende pijn omdat ik alle was verloren wat ik eens bezeten had. De mensen,
hun geloof in mij, mijn macht, maar ook mijn zelfvertrouwen. Toen ik echter in
mijn eentje was en nadacht over alles wat ik had gedaan, begon ik te begrijpen
wat voor monsterlijke dictator ik moet zijn geweest. In diepe schaamte en
ellende bleef ik hier zitten. Mijn levenskracht was op en ik wilde nooit meer
het daglicht zien. Maar het einde kwam maar niet. Eeuwen heb ik gewacht, maar
er kwam geen einde aan de ellende. Langzaam vormde zich een dikke ijslaag rond
mijn lichaam. Ik had hem al die tijd al kunnen breken, maar ik wilde het niet.
En ik kon het niet, want het had geen zin. Toen jullie hier echter opdoken en
iemand zijn handen tegen me aanlegde, voelde ik weer hoe het was om leven om me
heen te hebben.
Leven.
Dat was ik helemaal vergeten, hoe mooi leven was. Hoe prachtig het gevoel was
anderen om me heen te hebben. Jullie aanwezigheid wekte me uit mijn slaap. Ik
zal jullie hier eeuwig dankbaar voor zijn."
James en Meowth waren lichtelijk ontroerd door dit verhaal. Jesse echter,
dacht eraan dat deze extreem grote Dewgong een prachtig cadeautje voor de baas
kon zijn. Als zij hem wisten te vangen, zou hij het vast niet meer erg vinden
dat het hen niet meer gelukt was die ultraball te jatten! Terwijl ze met haar
hand al naar haar pokeballs greep om een aanval te starten, wendde de Dewgong
zich tot haar. "Ik weet dat je mij wilt vangen, zei hij op een even rustige
toon als daarvoor, maar je ziet toch zelf wel in dat je pokemon geen schijn van
kans tegen mij zouden maken?! Maar maak je geen zorgen hoor, ik ben niet kwaad.
Alle agressieve gevoelens die ik ooit gehad heb, heb ik destijds van me
afgeworpen. Ik ken Team Rocket al langer dan vandaag. Jullie organisatie bestond
vroeger ook al. Nu ja, de uniformen zagen er destijds anders uit als
tegenwoordig, maar toch. Ik denk dat jullie nu beter kunnen gaan."
Plotseling verscheen er op de grond onder het trio een lichtgevende schijf en
nog voor ze zich konden realiseren wat er gebeurde stonden ze in het gras. Vlug
keek James om zich heen. Hij kende deze plek wel, dit was een veldje niet ver
buiten Viridian City. Meowth was stomverbaasd. "Hoe zijn we hier
terechtgekomen?" riep hij uit. Jesse tikte zachtjes op zijn schouder en wees
naar iets, een paar meter van hen af. Toen Meowth keek zag hij het ook. Het was
de Dewgong. "Wat gaat er gebeuren?" vroeg hij geschrokken.
Dewgong glimlachte een tweede keer. "Met jullie niks, zoals ik al zei, jullie
hoeven je geen zorgen te maken. Jullie kunnen gaan en staan waar jullie maar
willen. Ik voor mijn deel zal dit land verlaten. Ik heb er gewoon teveel slechte
herinneringen aan. Ik denk dat ik naar Maidora ga, een land hier ver vandaan, om
een nieuw leven op te bouwen. Maar dit keer zal ik geen heerser meer proberen te
zijn, ik denk dat iemand om echt gelukkig te zijn samen met anderen moet leven
en delen. Niet heersen. Vaarwel, mijn vrienden, en bedankt voor alles."
Even plotseling als dat de Dewgong verschenen was, verdween hij ook weer. Na een
paar minuten niks gezegd te hebben, vond Jesse het allemaal welletjes. "Kom
jongens, moedigde ze haar maatjes aan, ik denk dat we hier niets meer te zoeken
hebben. We kunnen ons beter richten op die Pikachu." "Maar, protesteerde
Meowth, daarmee zouden we toch stoppen?"
Jesse zuchtte. "Weet je, ik denk dat we er gewoon voor voorbestemd zijn hem te
vangen. Natuurlijk zal het moeilijk worden, maar avonturen als deze beleven we
daardoor hopelijk niet zo gauw meer. Ik heb verrek weinig zin zoiets een tweede
keer te moeten doorstaan."
Meowth knikte, maar voor hij aanliep graaide hij even in hun rugzak. "Wat doe
je daar?" vroeg James nieuwsgierig. "Hebbes, ze Meowth terwijl hij de GSM om
contact met Giovanni te houden op de grond gooide, als we deze niet meer hebben
kan hij ons ook niet meer vinden, hehehe!" James grinnikte. "Dan zijn we van
dat probleem ook weer af!"
Vrolijk liep het trio richting Viridian City. Daar ergens zouden ze Ash
waarschijnlijk weer eens aantreffen bij het trainen van zijn pokemon. En van
Pikachu. Ooit zouden ze hem nog eens te pakken krijgen.ooit.
Geschreven door teamrocket. |